Dodenherdenking

door | 4 mei 2019 | Columns

Op 4 mei ben ik twee minuten stil. Dat is me met de paplepel ingegoten. In mijn jeugd herdachten we Nederlandse militairen en verzetshelden. Voornamelijk mannen, want vrouwen speelden een bescheiden rol in het heroïsch palet. Later bleek dat vrouwen niet minder heldhaftig waren. Inmiddels is de lijst van wie herdacht mag worden aardig volledig waardoor vrijwel iedereen zich met de herdenking verbonden kan voelen.

Op 4 mei herdenk ik ook mijn eigen doden. Eén overledene in het bijzonder. Mijn moeder. Zij overleed op 4 mei 2014. In haar leven speelde de oorlog een kleine rol. De enige negatieve associatie die zij ermee had was dat de Duitsers op haar verjaardag het land waren binnengevallen. Verder is zij de oorlog ongeschonden doorgekomen.

Ik was erbij toen ze overleed. Ik stond aan het voeteneinde van haar bed, mijn vader zat naast haar en hield haar hand vast. Met haar laatste ademhaling kwam een einde aan een leven dat al langer geen leven meer mocht heten. Ze had alzheimer en lag in haar laatste jaar alleen nog op bed. De ziekte had haar mentaal en fysiek leeggeroofd. De rolstoel waar ze een poosje van afhankelijk was geweest, was allang opgehaald.

Als ik bij haar was zat ik naast een vreemde. Als zij naar me opkeek zag ze niets bekends. We zaten eenzaam samen. Het was kenmerkend voor onze relatie. Tijdens haar leven vermeed ze nabijheid en ik gaf haar de afstand die ze nodig had.

Het was een leerproces en ik was geen snelle leerling. Ik heb haar vaak door mijn aanwezigheid geërgerd. Ik begreep haar afstandelijkheid niet en zij kon het mij niet uitleggen. Pas toen ik haar vertelde dat ik niet op meisjes verliefd kon worden kregen we een kapstok om die afstandelijkheid aan op te hangen. Zij vond daarin een excuus voor haar gereserveerdheid. De vanzelfsprekendheid waarmee ze vervolgens haar houding verantwoordde nam ik dankbaar aan. Ook ik dacht de reden gevonden te hebben die het haar onmogelijk maakte om van mij te houden.  

Vanaf die tijd, ik was 13, leefden we ook wat mij betrof langs elkaar heen. Toen ik een aantal jaren later het huis uit ging kon de afstand ook fysiek steeds groter worden.

We brachten elkaar beleefdheidsbezoeken en deden of de lucht blauw was. We bespraken niets wezenlijks, tussen de familiefoto’s stond geen afbeelding van mijn man en mij.

Zij had geen inzicht in mijn leven en ik wist niet dat het hare haar langzaam aan het ontglippen was.

Pas toen onmiskenbaar duidelijk werd dat ze ziek was kreeg ik meer toegang. Zakelijke toegang. Ik besprak haar als de cliënt voor wie ik zorg droeg. Ik regelde ziekenhuisopname, opname in verpleeghuizen en het bed waarin ze zou sterven.

Daarna was het wachten op haar dood, waarna ons niets meer zou binden.

Kort voor haar dood zat ik bij haar. Ze staarde met lege ogen naar het plafond. Toen ik naar het uitgemergelde mensje keek wist ik dat dit één van de laatste keren zou zijn dat ik bij haar was. Het was een intuïtief weten, ik kon het nergens op baseren. Met dat weten kwam het besef dat áls ik nog iets wilde zeggen, ik het nu moest doen.

Het heeft een paar minuten geduurd voor ik durfde te zeggen wat ik voelde, want dáárvoor moest ik de muur die ons perfect gescheiden hield slechten. Terwijl ik haar hand pakte vertelde ik haar dat ik ondanks alles altijd vreselijk veel van haar gehouden heb. Daarna zei ik haar dat ik wist dat ook zij al die jaren van mij gehouden had.

Haar uitgeteerde lichaam veerde op en terwijl ze me strak aankeek fluisterde ze ‘ja dat klopt.’

Met een benige vinger veegde ze mijn wang droog en zei dat ik niet moest huilen, omdat huilen niets oplost. Ik zei haar dat huilen wel degelijk iets oplost waarna ook over haar wangen een paar tranen rolden.

Daarna nam de ziekte de regie weer over en zakte ze in de kussens weg. Een vervolg is er niet gekomen. Dat was ook niet nodig. Alles was gezegd.

4 mei. Op die dag herdenken we de doden. En ik denk aan degene die mij vlak voor haar dood vrijheid schonk. 

Deze column verschijnt op zaterdag 4 mei 2019 op degaykrant.nl

Roze rozen bij de column 'Dodenherdenking' van 'Paul Schrijft' foto door Takashi M

Pas toen duidelijk werd dat ze ziek was kreeg ik toegang tot haar leven. Ik besprak haar als de cliënt voor wie ik zorg droeg. Ik regelde ziekenhuisopname, opname in verpleeghuizen en het bed waarin ze zou sterven.

Foto © Takashi M

Beoordeling

4.9
4,9 rating
4.9 out of 5 stars (based on 8 reviews)
Heel goed88%
Goed12%
Gemiddeld0%
Slecht0%
Heel slecht0%
Lees de beoordelingen

Laat een beoordeling achter

Lees de beoordelingen

we herdenken

5,0 rating
12 mei 2019

Kippenvel.
Achter elk mens schuilt liefde en verdriet.

luus

Reactie van Paul Schrijft

Zo is het Lucie. Bedankt voor je reactie. Groeten van Paul.

Prachtig.

5,0 rating
10 mei 2019

Zo mooi geschreven, was zelfs geëmotioneerd. Wees blij met wie je bent , je bent een pracht mens, en dat heeft je moeder ook geweten.

Els

Reactie van Paul Schrijft

Dank je wel voor je reactie Els. Hartelijke groeten, Paul.

Indrukwekkend.

5,0 rating
5 mei 2019

Grote delen van verhaal kende ik, maar nu is het compleet. Een prachtig eerbetoon voor je moeder maar ook voor jou. Moedig en straight om het zo te kunnen verwoorden.

Jacomine

Reactie van Paul Schrijft

Dank je wel voor je reactie Jacomine. Hartelijke groeten, Paul.

4 mei

5,0 rating
4 mei 2019

Erg heftig ik schoot er helemaal vol van. Wat verdrietig dat je de warmte van je moeder hebt moeten missen.
Goed dat je het nog tegen haar verteld hebt en fijn dat ze zo reageerde wat een bevrijding voor je.
Erg moedig van je om dit zo onder woorden te brengen.
LIEFS van ons.

Toos C.

Reactie van Paul Schrijft

Dankjewel Toos. Liefs van Paul.

Prachtig

5,0 rating
4 mei 2019

De titel zegt genoeg

Astrid

Reactie van Paul Schrijft

Dankjewel voor je reactie Astrid. Hartelijke groeten, Paul.

Geef een beoordeling voor dit verhaal 🧡 als je dit ook voor mij deelt op sociale media!

 

Verhalen per e-mail

Verhalen per e-mail

Ontvang mijn volgende verhaal automatisch per e-mail in je inbox!

Gelukt! Controleer je e-mail.

Pin It on Pinterest